Colochicum Autumnale
Herfsttijloos

Het is een bijzondere naam: tijloos. Wat het betekent? Volgens het Etymologisch Woordenboek heeft het ermee te maken dat ik bloei buiten de gebruikelijke tijd.

Mijn bloemen laat ik in het najaar verschijnen en mijn vruchten breng ik in het voorjaar voort. Ik ben dus een tijdloze of – verbasterd – tijloze plant.

Op andere plekken in Nederland word ik ook wel ‘herfstbloem’, ‘herfstblôme’ of ‘haarfstblôme’ genoemd. Die namen duiden op mijn late verschijnen in de herfst.

In Groningen noemen ze me ‘bloem-zonder-blad’, een naam die verklapt dat ik bij de bloei nog geen bladeren heb, zodat alleen mijn kale stengel met bloem te zien is.

In andere streken vonden de mensen dit gegeven kennelijk zó geestig dat ze mij voortaan ‘kale juffer’, ‘kale madame’ of ‘nakende wiefkes’ noemden. In Utrecht hielden ze het op ‘naakt mannetje’. En bedankt!

Mijn Latijnse naam is Colchicum autumnale. ‘Autumnale’ is afgeleid van het Latijnse woord voor herfst en slaat op mijn bloeiperiode, van september tot november.

De naam ‘Colchicum’ schijnt te komen van Colchis, een gebied aan de oostkust van de Zwarte Zee dat nu Georgië heet en volgens sommigen mijn oorspronkelijke groeiplaats zou zijn.

Een andere opvatting is dat mijn naam in verband staan met Medea, de beruchte tovenares die volgens een nogal barbaarse Griekse vertelling in Colchis woonde.

Medea wist alles over giftige kruiden en roerde mij – als beslist oneetbare plant – door een magisch verjongingsdrankje om haar minnaar Jason te helpen het Gulden Vlies te veroveren.

Dat was aardig van haar, maar met hetzelfde toverbrouwsel wreekte ze zich op Pelias, de oom van Jason, toen die hem de heerschappij over Iolcus had geweigerd.

Medea loog tegen de oom dat het toverdrankje hem ook kon verjongen, maar daarvoor zou ze hem wel eerst in stukken moeten hakken. Spoiler: het werkte niet en de oom ging dood.

Of ik trouwens echt op deze plek voorkwam, is maar de vraag.

Het is goed mogelijk dat ik door de oude Grieken – die mij ‘kolchikon ‘noemden – werd verward met de zeker wél op deze plek voorkomende ‘Colchicum variegatum’, net als ik een lila krokusachtig plantje, maar veel minder giftig.

De middeleeuwse mens zag mij als toverkruid. Het dragen van mijn knol zou bescherming bieden tegen tandpijn en tegen de vreselijke pest. In de volksgeneeskunde werd ik wel gebruikt tegen geelzucht.

Ze noemden me in die tijd daarom ook wel ‘levensbloem’. Ironisch, want ik ben eigenlijk hartstikke giftig. Een paar gram van mijn zaden zou zomaar genoeg kunnen zijn om een kind te doden.

Vroeger gebruikten mensen mijn zaaddozen – waarin de heen en weer schuddende zaadjes een grappig geluid maken – weleens als rammelaar voor peuters. Levensgevaarlijk natuurlijk!

De giftige stof, die behalve in mijn zaden ook in mijn knol en bloemen zit, heet colchicine. Het is een alkaoïde die de gewone celdeling remt. Als je te veel van deze stof binnenkrijgt, kun je in het begin rekenen op verschijnselen zoals diarree, maagpijn en overgeven. Vervelend, maar niet meteen bedreigend.

Pas na 1 tot 7 dagen begint de ellende echt: denk aan hartfalen, nierfalen, leverfalen en stuipen. Uiteindelijk houden je longen ermee op. En een tegengif? Dat bestaat niet.

Toch kan de stof colchicine je in een kleine dosering ook helpen. Het wordt wel voorschreven tegen jicht (een pijnlijke ontsteking in een gewricht) en soms ook tegen ontsteking van het hartzakje.

Patiënten die eerder een hartaanval hebben gehad, lopen minder risico om opnieuw een hartaanval te krijgen als ze dagelijks een pilletje met een halve milligram colchicine slikken.

Maar pas op: het verschil tussen een werkzame en een giftige dosering is héél klein.

De dichter T. van Deel was door mij gefascineerd. Niet alleen maakte hij in zijn laatste jaren honderden tekeningen van me, ook gaf hij zijn allerlaatste dichtbundel mijn naam. In die bundel staat het gedicht ‘Herfsttijloos II’. Dat gaat zo:

Bij de geboorte uit haar bladderende bol rijst gestaag en steil de steel wit eerst en later bij de bloem neigend naar paars van Allerzielen.

Hun bollen worden uitgeput en lijken gaandeweg nog ouder dan ze waren maar de bloei is tomeloos alsof een nest vol vogels de snavels luid en levenswijd onstuitbaar houdt gesperd.

De botanische tekenaar Pierre-Joseph Redouté was tijdens de Verlichting dé hoftekenaar van de Parijse beau monde. Koningin Marie-Antoinette, echtgenote van koning Lodewijk XVI van Frankrijk, strikte hem voor het tekenen van haar planten en benoemde hem tot ‘schilder van de natie’.

Toen Napoleon de macht greep, bleek zijn vrouw Joséphine Bonaparte ook al zo’n voorliefde voor bloementekeningen te hebben. In 1802 gaf zij Redouté de opdracht om de bloemetjes in de tuin van haar chateau Malmaison in Parijs na te tekenen.

Dat resulteerde in tientallen illustraties die zowel aan de muur van Joséphines rode slaapkamer als in het kunstboek ‘Les Liliacées’ terechtkwamen.

Op één van die illustraties ben ik te zien. Redouté tekende mij heel gedetailleerd. Als botanicus wist hij precies hoe ik groei en in elkaar zit.

Eerst schetste hij mijn bruine walnootachtige knol op het papier, daarna mijn witte stengels en tenslotte mijn delicate lila bloemblaadjes, zowel in open als in dichte stand.

Naast mij tekende hij ook nog mijn donkergroene rechtopstaande bladeren die samen een soort bundel vormen en tijdens de bloei afwezig zijn. Hij tekende me dus in al mijn verschijningsvormen. Leuk voor de kijker en belangrijk voor de botanische wetenschap.

Oorspronkelijk ben ik afkomstig uit het Middellandse Zeegebied en het westen van Azië. Tegenwoordig vind je me ook in grote delen van Europa, vooral in bossen, langs duinpaden en in vochtige weilanden.

In Nederland kom ik niet veel voor. Op sommige plaatsen in Zuid-Limburg en op de grens van Nederland en België bloei ik hier en daar nog wel, maar ik sta op de zogeheten Rode Lijst voor planten.

Dat betekent dat ik een zeer zeldzame soort ben en het risico loop uit te sterven. Mijn status is ‘bedreigd’. Laat me áls je me ziet dus wel met rust.

Woon je in het noorden van het land en wil je ook weleens zo’n leuk herfstkrokusje zien? In het tuincentrum vind je wel herfsttijloosbollen. De meesten daarvan zien er wel net wat anders uit dan ik, dus voor het échte werk, zul je toch beneden de rivieren moeten zijn.

Hoi, ik ben Herfsttijloos. Wil jij weten waar mijn naam vandaan komt?

Beluister mijn verhaal

ELSPETH DIEDERIX
COLCHICUM AUTUMNALE

INDEX Rectangle